Een pan mosselen koken is misschien wel een van de makkelijkste manieren om iets lekkers op tafel te zetten. Mosselen hebben van zichzelf al zoveel smaak dat je er eigenlijk maar weinig aan hoeft toe te voegen. En één ding kun je volgens de kenners zelfs beter helemaal weglaten: wortel.
Vraag het een mosselkenner in Yerseke of België en je krijgt hetzelfde advies. Wortel is zoet en doet afbreuk aan de zilte smaak van de mosselen. Terwijl je juist die pure smaak van de zee wilt behouden.
Hoe dan wel? Heel eenvoudig. Spoel de mosselen kort af en verwijder kapotte schelpen. Doe een heel klein laagje water in een ruime pan en breng dit aan de kook. Doe de mosselen in de hete pan met fijngesneden ui, bleekselderij, een laurierblaadje en vooral flink wat versgemalen peper. Een scheut droge witte wijn mag, maar hoeft niet.
Deksel erop en op hoog vuur koken. Schud de pan tussendoor een keer goed om. Na ongeveer vijf tot acht minuten staan de schelpen open en zijn de mosselen klaar. Veel eenvoudiger wordt koken niet.
Serveer ze direct uit de pan, met knapperig stokbrood en bijvoorbeeld een friszuur mosterdsausje.
En onthoud voor de volgende mosselpan: ui? Ja. Bleekselderij? Zeker. Wortel? Niet doen.
Beeld: Nederlands Mosselbureau
