Twaalf jaar geleden nodigden wij Dorji Wangchuk uit om op onze conferentie te spreken over het GNH, Gross National Happiness in Bhutan. De toenmalige koning introduceerde dit concept in 1972. Hij vond de geluksfactor van de bewoners belangrijker dan de economie. Echte groei ontstaat alleen wanneer de kwaliteit van leven en de economie hand in hand gaan en zo elkaar aanvullen en versterken. Dorji was op dat moment de mediadirecteur van het koninklijk paleis. Na zijn verhaal hoopten we ooit Bhutan te bezoeken. Afgelopen april was het dan eindelijk zo ver. Samen met het gezin van mijn zoon heb ik een bijzondere reis gemaakt in dit zo anders dan anders land waar ongeveer 90% van de mensen boeddhist is. Onze start was in Thimphu, de hoofdstad (ca. 150.000 inwoners en geen stoplichten), en vervolgens bezochten we Punakha, Gangtey en Paro.
Een bijzondere lunch
Mijn verhaal gaat over een klooster in Gangtey waar ons gezin een lunch doneert aan ongeveer 75 monniken. Over het algemeen zijn de monniken in dit klooster tussen de 25 en 35 jaar, maar er zijn ook een aantal kinderen van rond de 12 jaar. Leeftijd inschatten is moeilijk in Bhutan, mensen zien er jong uit.


Het Gantey Goemba klooster in Bhutan
Wij weten niet precies of er iets van ons verwacht wordt, maar we laten ons leiden door onze geweldige gids Chimi. Het 17-eeuwse Gangtey Goemba klooster ligt op 3000 meter en we kijken uit over een prachtige vallei. Chimi gaat eerst met ons de tempel in om 108 ‘butterlamps’ aan te steken (108 is het heilige getal in het boeddhisme en hindoeïsme). Butterlamps zijn bakjes met plantaardige olie en een lontje. Vroeger werd geklaarde boter van de jak gebruikt. Bijna alle tempels die we bezochten in Bhutan zijn minstens een keer door brand verwoest vanwege deze butterlamps, maar gelukkig kunnen ze dat tegenwoordig beter in de gaten houden.

Het aansteken van de ‘butterlamps’
Nadat alle 108 butterlamps branden lopen we naar buiten en bij het geluid van de gong, komen de monniken vanuit hun kamers met een bord naar een overdekte waranda. Je voelt je een beetje gênant om daarnaar te staan kijken, maar we worden al snel aan het werk gezet.

De kamers van de monniken die in een u-vorm rond het klooster gebouwd zijn
Er zijn grote emmers met eten gemaakt. Rijst, gekookte eieren, vis, groente, brood en een grote schaal met vers fruit. Het is de bedoeling dat wij het eten uitdelen. We krijgen allemaal een emmer om zo de monniken te voorzien van een maaltijd. Tijdens het opscheppen hoor je hun eenstemmige zangtoon om ons te bedanken.



Het is de bedoeling dat ook wij een deel zijn van deze lunch
Nadat alle borden zijn opgeschept, krijgen ook wij een door hen opgeschepte portie. Inmiddels weten we dat het eten in Bhutan erg pittig is, dus we krijgen rijst en vragen wat minder van de andere gerechten. Ik kan je vertellen dat je je heel nederig voelt als je daar met je bordje eten op een bankje tegenover 75 monniken zit. We eindigen met wat fruit en de monniken buigen voor ons en gaan genieten van de rest van hun uur rust. Chimi vertelt ons dat hun normale lunch meestal bestaat uit wat rijst. Dan begrijp ik iets beter waarom het ook voor hen bijzonder is.

We lopen allemaal in gedachten terug naar de auto, wat ben ik blij dat we dit hebben kunnen meemaken.
P.S.In een volgende blog zal ik wat meer vertellen over onze ‘simpele’ kookles en de keuken van Bhutan.
Nelleke van Lindonk
