Het Zeeuwse oesterseizoen 2026 is gestart met een hoofdrol voor de nieuwe FlipFarm-oester. Fijnproevers kunnen vanaf nu genieten van de platte Zeeuwse oester, de creuse, de populaire tafeloester en sinds kort ook van de FlipFarm-oester. De FlipFarm-oester wordt gekweekt in een innovatief drijvend systeem, los van de zeebodem. Het resultaat is een volle, romige oester. Tegelijk maakt de methode het werk voor oesterkwekers minder arbeidsintensief en helpt ze schade door de Japanse oesterboorder te vermijden. Deze Aziatische roofslak zorgt al jaren voor problemen in de oesterkweek in de Oosterschelde.
Oesterkweker Jan Bout uit Bruinisse werkt nu bijna twee jaar met de FlipFarm, een systeem dat oorspronkelijk in Nieuw-Zeeland werd ontwikkeld. Hij wil er jaarlijks zo’n 500.000 oesters mee kweken. “Het systeem is ideaal voor onze locatie en vormt een mooie aanvulling op onze mosselhangcultuur. Zo kunnen we een volle, romige en iets kleinere oester kweken.”
Oesters kweken boven de bodem
De FlipFarm speelt in op de groeiende vraag naar oesters en biedt tegelijk een antwoord op enkele uitdagingen voor de sector. Omdat de oesters los van de bodem worden gekweekt, zijn ze beter beschermd tegen de Japanse oesterboorder.
De oesters groeien in drijvende mandjes die aan een lange lijn zijn bevestigd. Die mandjes worden regelmatig automatisch gekeerd of ‘geflipt’. Zo krijgen de oesters een bolle schelp en ontwikkelen ze veel vlees. Oesterkweker Bout: “In de zomer, wanneer de oesters snel groeien, worden de mandjes wekelijks geflipt. In het najaar gebeurt dat om de twee weken.” Het kweekproces van broed tot consumptie duurt ongeveer anderhalf jaar.

