Restaurant tegen verspilling en inktvis van de Vietnamees

  Posted on   by   Geen reacties

AH-medewerker richtte restaurant tegen verspilling op: Instock.

De supermarkten beconcurreren elkaar op leven en dood, met aanbod van steeds meer producten, tot aan hele maaltijdpakketten toe. De vitrines liggen boordevol. Lang niet alles vindt zijn weg naar de klant. Er blijft eten over, dat wordt weggegooid of verwerkt. Zonde, zo dacht Selma Seddik, die bij Albert Heijn in dienst was. Met de zegen van AH richtte zij met medestanders een restaurant tegen verspilling op, onder de naam Instock. De eerste zaak ging van start in Amsterdam. Den Haag en Utrecht volgden. Ik at naar genoegen in het restaurant in Den Haag. Verwacht geen culinaire hoogstandjes, maar wel fatsoenlijk en smakelijk eten dankzij overgebleven producten van Albert Heijn en andere leveranciers, zoals visboer en slachterij. Je bent hier niet op bezoek bij een voedselbank. Het gaat niet om het bestrijden van honger, maar om het duurzaam benutten van goed voedsel. Ik vind dit een mooie gedachte. De Instock restaurants zijn creatief. Wat kun je al niet doen met oud brood? Zij improviseren bij het samenstellen van hun menu’s. Het is moeilijk om winkeloverschotten in te schatten. Met één uitzondering: als AH een product labelt als ‘bonus’, dan kopen de winkels ruim in en weten de restaurants wat er op het menu komt te staan. Instock is eten uit de tweede hand. Het kan ook anders. Ik vroeg in het Vietnamese afhaalrestaurant Viet Hong op de Weimarstraat in Den Haag naar de gevulde inktvis. “Niet meer op de kaart”, stamelde de eigenaresse. “Nederlanders houden niet van inktvis.” Maar ik kwam juist voor die inktvis, zei ik. Geen probleem, was het antwoord. Bel de volgende keer een dag van tevoren op. “Ik maak die inktvis voor u alleen.” Eten uit de eerste hand.

 

Categories: Blog

fleur@bureausintnicolaas.nl'

Author: fleur